Tweede Punische Oorlog (218 - 201 vc)

Vooraf:
Carthago was vanaf 237 het Iberische Schiereiland beginnen te veroveren. In 225 vc kwamen Rome en Carthago overeen om respectievelijk ten noorden en zuiden van de rivier de Ebro te blijven. Terwijl Rome bezig was om haar heerschappij over Noord-ItaliŽ te verstevigen, kon Carthago door haar gebiedsuitbreiding financieel en politiek herstellen van de Eerste Punische Oorlog.

Directe aanleiding:
Rome maakte Saguntum tot een bondgenoot terwijl die stad ten zuiden van de Ebro lag. De Carthaagse generaal Hannibal greep in, belegerde de stad en wist deze na acht maanden uiteindelijk in te nemen. Rome had zich afzijdig gehouden maar kwam toen met een oorlogsverklaring.

Verloop:
Hannibal koos een gedurfde strategie. Hij trok met een groot leger over de PyreneeŽn, de RhŰne en de Alpen. De eerste confrontatie op Italiaans grondgebied was de Slag bij de Ticinus (218 vc), waar Hannibal met een zege de steun van diverse Galllische stammen vergaarde. Een grotere Carthaagse overwinning volgde in de Slag bij de Trebia (218 vc), wat de Carthagers controle over Noord-ItaliŽ opleverde. Na opnieuw een nederlaag in de Slag bij het Trasimeense Meer (217 vc) stelde Rome een dictator aan: Quintus Fabius Maximus (Verrucosus) (Cunctator). Hij werd bekend om zijn tactiek van het ontwijken van directe confrontaties en in te zetten op ontregeling en uitputting van de tegenstander. Hannibal koos ervoor niet meteen Rome aan te vallen maar eerst verder zuidwaarts ItaliŽ in te trekken. De strategie van Fabius was niet geliefd bij de Romeinen en nadat hij aan de kant was gezet kwam het in 216 vc tot een grote veldslag: de Slag bij Cannae. Met een gigantisch leger slaagde Rome er niet in de sluwe Hannibal te verslaan en er werd een verpletterende nederlaag geleden. Het zag er slecht uit voor Rome maar Hannibal stelde een aanval op het machtscentrum verder uit. Hoewel hij de steun vergaarde van enkele Zuid-Italische stammen slaagde hij er niet in Rome verder in het nauw te drijven. Syracuse werd bondgenoot van Carthago en wist zich tijdens het Beleg van Syracuse (214-212 vc) hardnekkig tegen Rome te verdedigen met behulp van wapentuig uitgevonden door de Griek Archimedes, maar viel uiteindelijk toch.

In dezelfde jaren probeerden namens Rome verschillende leden van de Scipio-familie om de controle van Carthago over het Iberisch Schiereiland teniet te doen. Na jarenlange strijd was het uiteindelijk Publius Cornelius Scipio Africanus die daarin slaagde door met tactisch vernuft de Slag bij Ilipa (206 vc) te winnen.
Hasdrubal Barkas, de broer van Hannibal, was toen al met een leger van het Iberische Schiereiland naar ItaliŽ getrokken. In de Slag bij de Metaurus (207 vc) werd hij verslagen door het Romeinse leger en dit bleek cruciaal want door het gebrek aan versterking kon Hannibal geen vuist meer maken. Ook een versterkingspoging (205 vc) van zijn andere broer, Mago Barkas, mislukte.

Rome zette met een inval in Afrika de tegenaanval in om de oorlog in hun voordeel te beslissen. Na twee Romeinse overwinningen in en bij Utica in 203 vc werd Hannibal door Carthago teruggeroepen. Vredesonderhandelingen tussen Hannibal en Scipio Africanus maior liepen stuk waarna in 202 vc de Slag bij Zama (Regia) een beslissende laatste overwinning voor Rome opleverde.
Carthago moest het Iberisch Schiereiland aan de Romeinen laten die het Hispania noemden. Eťn van de andere strafmaatregelen was een verbod op het samenstellen van een leger zonder toestemming van Rome.
De Romeinse magistraat Marcus Porcius Cato Censorius (Cato de Oudere) vreesde dat Carthago zich zou herstellen en pleitte jarenlang voor volledige verwoesting van deze stadstaat.