Twaalftafelenwet

De Twaalftafelenwet (Duodecim Tabulae) of Wet der Twaalf Tafelen (Lex Duodecim Tabularum) was de oudste optekening van wetten in het Romeinse Rijk en is altijd de basis gebleven van het Romeins recht.

Totstandkoming

Aanhoudende ontevredenheid van de plebejers over hun gebrek aan rechten ten opzichte van de patriciėrs leidde in 452 vc tot de afspraak om tien mannen ('decemviri') een verzameling wetten te laten schrijven. Deze commissie met de naam 'decemviri legibus scribundis (consulari imperio)' had in 451 vc tijdelijk consulaire macht. Het Griekse rechtssysteem werd als voorbeeld gebruikt, vooral de grondwet van Solon.
De eerste decemviri voltooiden de eerste tien wetten in 450 vc. Een jaar later kwamen daar nog twee wetten van een tweede decemviri bij.
Er was wel een 'secessio plebis' voor nodig om de wetten in 449 vc daadwerkelijk ingevoerd te krijgen.
Naar verluidt stonden de wetten daadwerkelijk op twaalf tafelen of platen van brons of ivoor en waren deze op een openbare plaats neergezet zodat iedereen de wetten kon kennen.

Inhoud

De oorspronkelijke 'tafelen' zijn mogelijk verloren gegaan tijdens de plundering van Rome door de Galliėrs (390 vc of 387 vc). De bekende inhoud van de Twaalftafelenwet is een reconstructie op basis van tekstfragmenten. De wetten zijn kort en krachtig geformuleerd, gericht op de procedure.