Stichtingsmyte van Rome


Romulus en Remus
(o.a. volgens Livius in zijn werk Ab Urbe Condita)

Er bestaan vele variaties van de mythe van de stichting van Rome. Onderstaande opsomming van gebeurtenissen geeft een goed beeld van het algemene verhaal:

1. Trojaanse held Aeneas, zoon van Anchises en de godin Aphrodite (Venus), vluchtte voor de Griekse inval met het paard van Troje en kwam uiteindelijk in Latium terecht. Hij stichtte de stad Lavinium en werd later als stamvader van Rome gezien.
2. Zijn zoon Ascanius (ook wel Julus genoemd) stichtte Alba Longa en zijn verdere nakomelingen regeerden over deze stad.
3. En van deze latere koningen was Proca Silvius (ook wel Procas genoemd), die bij zijn sterven het koningschap overdroeg aan zijn oudste zoon Numitor, terwijl zijn jongste zoon Amulius al zijn rijkdom kreeg.
4. Numitor werd door Amulius van de troon gestoten en verbannen en zijn dochter Rhea Silvia (ook wel Ilia genoemd) moest dienst doen als Vestaalse Maagd (priesteres van godin Vesta) om wraakzuchtig nageslacht te voorkomen.
5. Rhea Silvia werd echter zwanger van de oorlogsgod Mars en baarde een tweeling: Romulus en Remus.
6. Amulius beval een dienaar de kinderen in de Tiber te gooien maar die zette ze in een mandje op de rivier die net buiten haar oevers trad. De kinderen werden gevonden door een wolvin die hen een tijdje zoogde en daarna voedde de herder Faustulus hen op als zijn eigen kinderen, samen met zijn vrouw Acca Larentia.
7.  De jongens groeiden op tot sterke, moedige jongemannen en nadat ze hun herkomst hadden ontdekt vermoordden ze Amulius en herstelden het koningschap van hun grootvader Numitor.
8.  Romulus en Remus besloten een nieuwe stad te stichten niet ver van Alba Longa vlakbij de plaats waar zij door de wolvin waren gezoogd en zich zeven heuvels bevonden langs de oevers van de Tiber. 
9. De broers kregen ruzie waarbij Remus om het leven kwam. De stad werd naar Romulus vernoemd.

Sabijnse maagdenroof (volgens Livius in zijn werk Ab Urbe Condita)

1. Een gebrek aan vrouwen bedreigde het voortbestaan van het jonge Rome en geen van de buurvolken wilde een bondgenootschap aangaan.
2. Romulus bedacht een list: hij nodigde alle buren uit voor spelen ter ere van de god Consus, de beschermer van graan, of volgens latere verhalen voor Neptunus Equester (Neptunus de ruiter).
3. De gasten, waaronder de Sabijnen, bewonderden de stad, maar toen zij in een veld buiten de stad klaarzaten voor de spelen grepen de Romeinse jongemannen ieder een meisje om terug mee te nemen de stad in.
4. Nadat de andere betrokken buurvolken zonder succes Rome hadden bevochten, gingen de Sabijnen de strijd aan.
5. Ze zouden hierbij zijn geholpen door Tarpeia, de dochter van de beheerder van de Romeinse burcht, die de poort opende in ruil voor gouden armsieraden. Ze werd niet beloond maar van een rots afgegooid die daarna eeuwenlang als executieplaats zou worden gebruikt onder de naam Tarpesche rots.
6. Terwijl de legers tegenover elkaar stonden kwamen de Sabijnse vrouwen tussenbeide en smeekten hun vaders en Romeinse echtgenoten met succes om de wapens neer te leggen.
7. Deze Sabijnen gingen onderdeel uitmaken van Rome en de Sabijnse koning Titus Tatius regeerde een aantal jaren samen met Romulus.