Slag aan de Allia (390 of 387 vc)

1. Een Gallische stam, de Senones, staken de Apennijnen over om nieuw land te zoeken. Ze drongen de Etruskische provincie Siena binnen en vielen de stad Clusium aan.
2. Clusium riep de hulp in van Rome en die stuurde drie ambassadeurs, de gebroeders Fabii, om te onderhandelen. Quintus Fabius doodde één van de Gallische leiders.
3. De Senones eisten dat de broers aan hen uitgeleverd zouden worden voor terechtstelling. De Romeinen benoemden de Fabii juist tot tribunen met consulaire macht.
4. De woedende Senones trokken richting naar Rome en bij de Allia, een zijrivier van de Tiber, vond een grote veldslag plaats. Het leger van de Senones o.l.v. Brennus was het Romeinse leger o.l.v. Quintus Sulpicius de baas.
5. Een deel van de gevluchte Romeinse soldaten ging naar Veii, een ander deel verschanste zich met overgebleven Romeinse burgers op de Capitolijnse heuvel die vervolgens door de Senones werd belegerd.
6. Op een nacht zouden de Senones hebben geprobeerd de heuvel te beklimmen. Op het laatste moment werd Marcus Manlius (Capitolinus) gewekt door het gegaggel van de ganzen van de godin Juno waardoor hij de aanvallers kon afhouden.
7. Volgens sommige bronnen zou Marcus Furius Camillus tijdens dit beleg tot dictator zijn uitgeroepen en met een leger hebben geprobeerd Rome te ontzetten.
8. De Senones, niet voorbereid op een beleg, kregen te kampen met een epidemie als gevolg van het niet begraven van de doden.
9. Afgesproken werd dat het beleg zou eindigen als de Romeinen duizend pond in goud zouden betalen. De Romeinen hadden moeite om zoveel goud te verzamelen en twijfelden aan de juistheid van de weegschaal. Brennus reageerde woest en gooide zijn zwaard nog bij de contragewichten op de weegschaal en sprak: 'Vae victis' ('Wee de overwonnenen').
10. Na ontvangst van het goud verlieten de Senones het geplunderde Rome.