Oorlog tussen Rome en Clusium (508 vc)


Over Horatius Cocles
(o.a. volgens Livius in zijn werk Ab Urbe Condita)

1. Lucius Tarquinius Superbus wist Lars Porsen(n)a, de koning van de sterke Etruskische stad Clusium, over te halen een oorlog tegen Rome te beginnen.
2. Toen het Etruskische leger de Tiber wilde oversteken via de Pons Sublicius werd het tegengehouden door één dappere Romeinse soldaat, Horatius Colces, die van geen wijken wilde weten. Dit gaf de Romeinen de tijd om de brug achter hem af te breken en toen dit klaar was zwom Horatius Colces ('Eénogige') heelhuids naar de overkant.
3. Na de mislukte aanval besloot Porsenna tot een belegering van Rome.

Over Gaius Mucius Scaevola (volgens Livius in zijn werk Ab Urbe Condita)

4. Een jongeman met de naam Gaius Mucius werd naar het kamp van Porsenna gestuurd om hem te vermoorden. Hij herkende de koning niet en vermoordde per abuis een helper van de koning. De Etrusken grepen hem en hij verklaarden tegenover Porsenna dat hij slechts de eerste van 300 jongemannen was die een moordpoging zou doen.
5. Om zijn moed te demonstreren stak hij zijn rechterhand in een kampvuur zonder een teken van pijn, wat hem en zijn nageslacht de bijnaam Scaevola ('de linkshandige') zou opleveren. De geschokte Porsenna liet hem vrij en probeerde daarna een vredesverdrag met Rome te sluiten.
6. Het verdrag bestond uit uitruil van land en personen (gijzelaars). Herstel van het koningschap van Tarquinius Superbus werd door Rome geweigerd.

Over Cloelia (o.a. volgens Livius in zijn werk Ab Urbe Condita)

7. Eén van de gijzelaars die was overgedragen aan Porsenna, een jonge vrouw genaamd Cloelia, wist te ontsnappen (met een aantal Romeinse maagden, volgens sommige bronnen).
8. De Romeinen brachten haar op verzoek van Porsenna terug. Die was onder de indruk van haar moed en zij mocht de helft van de overgebleven gijzelaars terug meenemen.
9. Ze kreeg een eerbetoon ongewoon voor vrouwen: een Romeins ruiterstandbeeld (aan de Via Sacra).
10. In het volgende jaar liet Porsenna de andere gijzelaars ook vrij en liet hij Tarquinius Superbus uit Clusium vertrekken om elders onderdak te vinden.

Volgens Tacitus is Rome wel degelijk enige tijd door Porsenna veroverd en bezet geweest.