Derde Punische Oorlog (149 - 146 vc)

Na vijftig jaar had Carthago zijn strafbetalingen aan Rome erop zitten. Volgens de Carthagers kwam het verdrag dat was gesloten aan het eind van de Tweede Punische Oorlog daarmee ten einde. Daarin stond onder andere dat Carthago niet zonder Romeinse toestemming een leger op de been mocht brengen en niet zelf over territoriale geschillen mocht beslissen. Carthago reageerde in 151 of 150 vc op een aanval van NumidiŽ, een bondgenoot van Rome. Onderhandelingen liepen stuk op de Romeinse eis dat de Carthagers hun stad moesten opgeven en zich meer in het binnenland moesten vestigen. Vanaf 149 vc belegerde Rome de stad en directe omgeving van Carthago. Scipio Aemilianus, geadopteerd kleinzoon van de consul die tijdens de Tweede Punische Oorlog Hannibal in Africa had verslagen, werd in 147 vc gekozen tot consul. Hij beslechtte de strijd in Romeins voordeel. In 146 brak het Romeinse leger door de stadsmuur en na vele uren vechten was het hardnekkige verzet eindelijk gebroken. De meeste Carthagers waren gesneuveld, hoewel er toch zo'n 50.000 waren overgebleven en zij werden als slaaf verkocht. De stad werd met de grond gelijk gemaakt.