Bondgenotenoorlog (91 - 88 vc)

Er was een groeiende ontevredenheid onder de Italische volkeren die in de loop van de tijd onder de heerschappij van Rome waren gekomen. Ze hadden een zekere mate van autonomie behouden maar voelden zich telkens meer achtergesteld ten opzichte van de Romeinse burgers die steeds meer landbouwgronden en welvaart in handen kregen. Volkstribuun Marcus Livius Drusus kwam, net als Gaius Gracchus zo'n dertig jaar eerder, met een voorstel om deze bondgenoten het Romeins burgerschap te geven. De senatoriale elite wilde hier niets van weten. Het voorstel werd verworpen en Drusus werd vermoord.

De meeste Italische stammen vormden toen een eigen statenbond met Corfinium als hoofdstad en met eigen munten. De meeste Italische soldaten hadden in het Romeinse leger gediend en waren dus goed getraind. Rome was genoodzaakt concessies te doen om de oorlog te doorstaan. Eerst werd aan alle trouw gebleven bondgenoten het burgerrecht gegeven. De volgende tegemoetkoming was dat voor alle inwoners van ItaliŽ ten zuiden van de Po zich als Romeins burger konden laten inschrijven mits ze binnen twee maanden de wapens neerlegden. Tenslotte kregen de ItaliŽrs ten noorden van de Po de status van Latijnse (bevoorrechte) bondgenoten. Alleen de Samnieten in het zuiden bleven zich tot 82 vc verzetten totdat ze door Sulla werden uitgemoord.